Psalm 118 is de laatste psalm van het hallel, een feestlied en een danklied. Het is niet bekend wie de psalm heeft geschreven, maar de psalm wordt gerelateerd aan de herbouw van Jeruzalem, na de terugkeer uit de ballingschap. De psalm is geschreven als beurtzang. In bijvoorbeeld de Talmoed wordt aangegeven dat vers 1-19 door het volk dat in processie naar de tempel toegaat en vers 20-27 door het levietenkoor dat al in de tempel is. Er zijn ook nog andere verdelingen, maar het is duidelijk: dit is geen psalm die je opdreunt er zit een oproep-antwoord beweging in.Het zou mooi zijn, om hem zo eens in de kerk te zingen...
De psalm begint met de declamatie: "Loof de Heer, want Hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw" en eindigt met die declamatie en alles wat daar tussen staat is een uitweiding over deze verkondiging.
Er wordt teruggekeken naar de nood die er was en hoe God redde. Het is beter om bij Hem te schuilen. Het is beter om op Hem te vertrouwen. En dat is de reden om Hem te loven.
De psalm is geen ontkenning van de nood, het gevaar en de zonde die er in je leven kunnen zijn, maar deze psalm roept je op je blik ook dan op God te richten. Bij Hem ben je veilig. Hij geeft ruimte. Hij geeft leven.
Maar deze psalm richt zich ook op vandaag. Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt, laten we juichen en ons verheugen. Gods hulp is niet alleen iets uit het verleden. Hij leeft en werkt vandaag. Het laatste lied dat klonk bij de pesachviering, gaat erover dat God ook deze dag maakt. Hij geeft deze dag, een feestdag, een dag om je te verwonderen over die goede God, eeuwig duurt zijn trouw!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten